google-site-verification: google4611ff8a601055a3.html

'Ik denk dat hij denkt dat ik...' STOP DAARMEE!

4 juli 2017

Tania, een vrouw met veel ervaring in eindverantwoordelijke posities in de zorg, kwam bij me. Ze was opgestapt na een conflict met haar Raad van Toezicht en zocht een nieuwe baan. Ze was alleen heel bang dat haar reputatie aan gort was en dat de RvT-leden kwaad over haar zouden spreken. In gesprekken merkte ze dat, als ze wist dat een van haar gesprekspartners gelinkt was met een RvT-lid, ze niet uit de verf kwam. Dan was het net of al haar kracht zo uit haar wegvloeide en voelde ze zich een klein weekdier worden. Daar wilde ze vanaf, want dat hielp niet bij sollicitaties. Bovendien vond ze het een super stom gevoel van zichzelf.

Nou, dat is iets waar wel meer cliënten van mij tegen aan lopen. Eigenlijk is dat een denkfout die je maakt, want je gaat ervan uit dat jij dat die twee mensen het dus over jou gehad hebben. Hoezo? Waarom zouden ze het over jou hebben? Alsof ze niks beters hebben om over te praten. Jij bent niet het middelpunt van het heelal!

Bovendien, ze zijn wel een connectie via LinkedIn, maar misschien kennen ze elkaar niet of nauwelijks. Of kennen ze elkaar wel, maar hebben ze een bloedhekel aan elkaar. Of weet je gesprekspartner heel goed dat dat RvT-lid een ongelofelijk moeilijke man/vrouw is. Wat ook nog zou kunnen, is dat het RvT-lid zich helemaal niet negatief over jou uitlaat. Bovendien, als het RvT-lid negatief over je gesproken heeft, is dat kennelijk niet van invloed geweest, want ze hebben je uitgenodigd voor een gesprek. Kortom, je weet het niet. Je weet niks, je denkt na voor een ander, maar je gaat er bij voorbaat al vanuit dat het negatief is en dat slaat nergens op.

Ik besprak dit zo met Tania, dat ze dus eigenlijk een papegaai op haar schouder heeft die haar allemaal negatieve scenario’s in het oor fluistert, maar dat dat dus allemaal berust op denkfouten. ‘Ja’ zei ze, toen we het gesprek met de papegaai nabootsten, ‘maar eigenlijk ben ik bang dat ik tijdens dat gesprek geconfronteerd wordt met die negatieve feedback. Die papegaai probeert me daarop voor te bereiden. Of voor te bereiden op een teleurstelling’.

Mooi was dat, want toen ze dat zag, werd helder dat ze zich daarop dus echt kan voorbereiden. Wat zeg je als in dat gesprek die negatieve feedback ter sprake komt? Hoe pareer je dat en buig je het om naar iets positiefs? Daar kon Tania wel wat mee.

Door zich daarop voor te bereiden, boette de papegaai in aan kracht en kon Tania zich in het gesprek goed laten zien.

 

De case is gebaseerd op praktijkvoorbeelden. Heb jij zelf ook interesse in individuele coaching? Neem dan hier een kijkje.